Steektrap:
Trap die recht omhoog gaat zonder richtingsverandering en zonder
palier. Meestal bestaat deze trap uit rechte treden.
Rechte trap met palier:
Trap die ook recht omhoog gaat zonder richtingsverandering met
palier. Meestal komt dit voor bij hele lange trappen.
Rechte trap met kwartdraaiende palier:
Trap die 90° draait door middel van een palier. De palier kan
in het midden, beneden of boven worden geplaatst.
Rechte trap met dubbel kwartdraaiende palier:
Trap die 180° draait door van één of twee paliers. Met één
palier wordt deze meestal in het midden van de trap gemaakt. Bij
twee paliers wordt er vaak één beneden en één boven
geplaatst.
Kwartdraaiende trap:
Trap die 90° draait door middel van verdreven treden. (Een
verdreven trede heeft een smalle en een bredere kant) Deze trap
blijft dus stijgen. Door de draaiende treden wordt er normaliter
gebruik gemaakt van een gebogen buitentrapboom. Het eerste
gedeelte van de trapboom is bol, het tweede gedeelte hol.
Dubbel kwartdraaiende trap:
Trap die 180° draait door middel van verdreven treden. Wat
betekent dat de trap blijft stijgen. De trap kan één maal 180°
draaien (meestal in het midden van de trap) of twee maal 90°
(meestal beneden en boven). Op de plaatsen waar de treden
draaiend verdreven worden, krijgt men normaliter opnieuw een
gebogen trapboom aan de buitenzijde.
Driekwartdraaiende trap:
Trap die 270° draait door middel van verdreven treden. Ook deze
trap blijft stijgen. Waar de treden verdreven zijn, wordt
normaliter opnieuw een gebogen buitentrapboom geplaatst.
Spiltrap:
De treden van deze trap vinden aan de binnenkant steun in de
trapspil. De buitenkant van de treden kunnen vrij zijn of
worden ondersteund door een trapboom of muur.